Geschiedenis FIR Humic clay

Het FIR-verhaal vind zijn oorsprong in het jaar 1963, toen Jan van der kroon uit Duivendrecht zijn werkzaamheden begon in West-Friesland in het dorp Wijdenes. Als bodemdeskundige was hij toen werkzaam bij een veevoeder coöperatie. Jan van der Kroon maakte toen al intensieve studie van de bodem en het gras wat erop groeide. Daarnaast volgde hij ook de gezondheidsaspecten van de veestapel zoals; klauwgebreken, huidproblemen, drachtigheidsproblemen en alles wat met de diergezondheid te maken had. Het stond voor Jan van der Kroon vast, dat problemen met de gezondheid van de veestapel alles te maken had met de bodemgezondheid.

Door het werk kreeg Van der Kroon een groot vertrouwen bij de veehouders hierdoor stelde veel veehouders hun bedrijf open voor de benodigde bodemkundige proeven die nodig waren om zijn visie op de relatie bodem en diergezondheid aan het licht te brengen. Zo ontdekte hij rond de beginjaren 80 dat de komst van de drijfmest funeste gevolgen had voor de bodemvruchtbaarheid. Dit kwam aan het licht door een veel uitgebreider bodemonderzoek dat hij met Koch Bodemtechniek opzette, als dat men gewend was.

Ook de gewasmonsters van gras werden veel nauwkeuriger onderzocht en in verband gebracht met de grondanalyse. Daarnaast werden veerartsen gevraagd op gezette tijden bloedonderzoek te verrichten. Hierdoor vond hij veel verbanden met de gezondheid van dieren, die werden veroorzaakt door afwijkende mineralen huishoudingen. Hieruit is een speciaal mineralenmengsel ontwikkeld afgestemd op de grondsoort van zijn werkgebied.

Na 15 jaar experimenteren viel zijn oog op het verschil in organische bemesting als ruige stalmest en drijfmest. Doordat bij drijfmest de factor stro wegbleef begon Jan van der Kroon metingen te doen naar de koolstof-stikstof verhouding in de bodem en het verlengde daarvan in de voedergewassen waaronder gras. Het aandeel koolstof in het werkelijk eiwit werd extra nadruk gelegd bij de verdere onderzoeken.

Na het in contact zijn gekomen met prof De Boodt van de universiteit van Gent werd Jan van der Kroon op het spoor gebracht van zijn zeldzame soort gesteente uit de mijnbouw, met een zeldzaam soort caviteiten die veel fysische processen in de bodem positief aanstuurde. De proeven pakten positief uit zodat prof de Boodt met zijn studenten kwam kijken naar de resultaten. Vanaf die tijd begon ook de antipathie vanuit de reguliere landbouw wetenschap toe te nemen. Met een uitbreiding van de proeven ontdekte Van der Kroon steeds meer positieve reacties in de bodemkwaliteit en in de graskwaliteit, wat zijn uitwerking vond in de bloedwaardes van de dieren in de eiwitkwaliteit van het gras en in de drijfmestkwaliteit.


Toxine Bindend
fir2  Krachtvoer / eiwit besparing 
fir3 Verbetering van smaak en kwaliteit van melk en vlees
fir4 Emissiereductie van:  ammoniak, methaan, geur, blauwzuur 
fir5 Draagt bij aan hoger organisch stofgehalte in (drijf)mest 
fir6 Draagt bij aan:  bodemgezondheid 
fir7 Draagt bij aan:  bedrijfshygiëne 

Nieuwsbrief