FIR Humicclay
Fir bestaat uit een natuurlijke kleimineraal, humuszuren en elementair koolstof.

Fulvo- en humuszuren
Humuszuren zitten in èn op de FIR en zijn zogenaamde grijpertjes. Op deze grijpertjes kunnen vooral positieve pensbacteriën goed gedijen. Zeker nadat de FIRde in ruwvoeder normaal aanwezige natuurlijke antibiotica heeft onklaar gemaakt. Het aantal verteringsbacteriën kan dan tot 6 keer hoger zijn. Veel schadelijke bacteriën zoals E-coli profiteren hier niet van. Door de explosieve groeikomen de negatieve bacteriën bovendien een beetje in het gedrang, omdat er te weinig voedsel voor hen overblijft om zich te ontwikkelen.

Meer essentiële aminozuren door FIR
Plantaardig eiwit heeft een andere aminozuren samenstelling dan dierlijk eiwit. Daarom is een toevoeging van ondermeer Methionine en Lysine meestal goed voor de melkproductie. Doordat de pensflora sterk toeneemt neemt ook het aandeel dierlijk-achtig eiwit toe. Het is dus van belang zo veel mogelijk microbieel eiwit te fokken in pens en magen. Dat doen we door een evenwichtig rantsoen aan te vullen met FIR. Behalve dat de vertering van het voeder beter is, wordt er meer eiwit gevormd dat dichter bij melkeiwit komt. Minder eiwit voederen en toch eenzelfde of beter melkeiwit is dan geen tegenstelling meer. Meer met eigen ruwvoeder. Minder eiwit aankopen. Goedkoper en bovendien gezonder voor het dier zelf.

Toxinen en schimmels
In nagenoeg alle gras- en maïskuilen kan men in meer of mindere mate natuurlijke antibiotica aantreffen. Vanuit de bodemdeeltjes, en vanuit de lucht, maar ook door een niet optimaal inkuilmanagement kan broei en schimmelvorming ontstaan in de kuilen. DON en ZEA, zijn (onterecht) de bekendste maar DON wordt bij een goede penswerking tot 75% afgebroken door de koe zelf. Aspergillus Fumigatus kan naast het verspreiden van zeer giftige toxinen ook nog eens in de darmen welig tieren. Als eiwitliefhebber gedijd ze goed in normale tot ruime eiwitrantsoenen. In eiwitarme rantsoenen is de groei matig, waardoor ze vanzelf wordt uitgepoept. Als de Aspergillus F. voldoende tijd in de darmen voorkomt. kan deze de darmwand gaan beschadigen en ontstekingen veroorzaken. Een symptoom hiervan is het terugvallen in liters bij koeien en dat de liters die in het basisrantsoen worden gevoerd er niet uitkomen. De Fumigatus scheidt een cocktail af van toxinen met als hoofdingrediënt: Gliotoxine. Gliotoxine veroorzaakt darmontstekingen en breekt weefsel af. Het is op den duur een van de oorzaken van slijter koeien. Gliotoxine beschadigt het immuunsysteem al in hele lage doses Het voeren van FlR bevordert de explosieve groei van pensbacteriën en maakt het mogelijk net wat minder eiwit te voederen zonder productieverlies. Hierdoor Fumigatus geen kans meer om zich te vermeerderen en schade aan te richten. Een van de academische ziekenhuizen doet onderzoek naar Aspergillus Fumigatus omdat het een bedreiging is voor de volksgezondheid vanwege resistentie tegen antibiotica. Bij de mens kan een Aspergillus besmetting in de longen dodelijk zijn. Door het gebruik van FIR levert men ook een bijdrage aan de verbetering van de volksgezondheid door gezondere melk en vleesproducten. Indien het FIR kringloop systeem goed wordt toegepast bevat mest geen aspergillus soorten meer, geen clostridia waaronder botulisme. Deze komt niet via de mest in de grond, en vandaar niet in de kuil terecht. Dat kan alleen met een consequent toepassen van een goed FIR rantsoen, het hele jaar door.

Mest
De betere verteringseigenschappen van FIR zijn door een ieder eenvoudig uit tetesten. Dit kan door het uitspoelen van net gevallen mest over een zeef voor en na het starten van het FIR rantsoen. Bij het voeren van FIR bevat de mest duidelijk minder grove delen en minder maïskorrels of maïspitten. Door een betere inwerking van de bacteriën door de FIR wordt er meer organische stof afgebroken en benut. Organische stof gehalte van de mest blijft hoog wanneer het niet in de put afbreekt onder te zuurstofloze omstandigheden. Lagere ammoniak emissie komt door het voeren van minder eiwit, goede kwaliteit voeders. FIR en een in balans zijnd rantsoen. Er ontstaat dan minder uitscheiding van ureum in de urine. Dit ureum wordt in de drijfmest ammonium. Het ammonium versnelt de afbraak van organische stof in de mest. Goede rijpe mest bevat veel organische stof, een hoge redoxpotentiaal om deze organische stof in de mest te houden en een lagere pH. Door de lagere pH wordt er minder ammonium omgezet in het gasvormige ammoniak. We houden dan meer organisch materiaal en stikstof in de mest met minder ziektekiemen. Minder ammoniak in de stallucht en rond het huis.

Bodem
Mest met ammonium een hogere pH zoals normaal in drijfmest beschadigt de bodemstructuur doordat de ammonium dan meer een afbijtmiddel is. De bodem ontvangt minder ziektekiemen. Als we dan ook zelf maatregelen nemen ten gunste van de bodemstructuur kunnen zuurstofmijdende bacteriën. zoals clostridia in de bodem zich niet standhouden. Een gezondere grond. betekent ook een gezondere kuil. Er zijn verder aanwijzingen dat een slechte bodemstructuur indirect de broei van kuilen bewerkstelligt.

Jaren is aan de chemische kringloop gedacht. en is de microbiële kringloop over het hoofd gezien. De FIR kringloop is dan ook de enige juiste duurzame agrarische werkwijze.