‘Wettelijke grondslag over regels mestverwerking al kwart eeuw onvoldoende’

DSC02668-678x381Juist om de biodiversiteit en een gezond bodemleven op zijn weidegronden te bevorderen, wil melkveehouder Siem Scherpenzeel uit Kockengen in het Groene Hart van Holland mest bovengronds over zijn land uitrijden. ‘Maar al een kwart eeuw zijn daar strenge regels voor op basis van cijfers die nu ter discussie staan. Dat is per Algemene Maatregel van Bestuur bepaald, dus zonder enige politieke discussie. Ik vind dat onverteerbaar’, zegt Scherpenzeel. Lees hier het hele artikel (bron: buurtenregio.nl)

Artikel Melkvee Magazine : 60 dode koeien

  IMG_4462

Melkvee magazine nr 7 juli 2015


Reportage: Koe en bodem gezond door kringloop

Geschreven door Wijnand Hogenkamp John Wester rijdt bovengronds mest uit met veel organisch gebonden stikstof, kunstmest gebruikt hij weinig. Dat geeft een gezond gewas met veel structuur. in de praktijkproef ‘bovengronds’ bemesten’ is John Wester een van de 60 deelnemers. Vereniging voor Behoud van Boer en Milieu, waartoe ook Wester hoort, leven de helft van de deelnemers, de andere helft komt uit de vereniging Noordelijke Friese Wouden. Wester is altijd voorstander geweest van bovengronds uitrijden. “Ik heb één keer emissiearm mest op het grasland gebracht. Dat was in 1992 met een zodebemester. Na het maaien zag ik de meststrepen nog steeds in het land en ik kreeg ook mestdelen in de kuil.” De veehouder ziet grote nadelen aan emissiearm toedienen. “Omdat de mest in strepen ligt, krijgt de helft niets. De andere helft bemest je niet met 25 maar met 50 kuub per hectare. Tel daar de kunstmest bij op en dan snap je wel dat die planten al die voedingsstoffen, met name de stikstof, niet om kunnen zetten in eiwit waar de koe iets mee kan. Het overschot wordt in de vorm van nitraat opgeslagen. Gif voor de koe.” Betere mest Volgens Wester geeft bovengronds uitrijden een betere verdeling van de mest. Dan krijgen alle planten evenveel en zijn kleinere hoeveelheden per hectare te doseren. Hij denkt dat een sproei boom waarbij mest met 25 procent water wordt gemengd het mooiste resultaat geeft. Het water zorgt voor een betere opname van het ammoniakale deel van de mest, zodat de kans op vervluchtiging zo klein mogelijk is. Door aangepaste voeding Stuurt Wester op een laag aandeel stikstof in de ammoniakale vorm in de mest. Het uitgangspunt is het krijgen van betere mest. Die moet meer koolstof bevatten, zodat het Uitrijden_kleinaandeel Uitrijden_kleinorganisch gebonden stikstof hoog is en weinig stikstof in de ammoniakale vorm bevat. De koolstofaanvoer komt deels uit het stro waarmee de boxen van de koeien zijn ingestrooid. De rest komt door de voeding. “Dat kan door weinig eiwit en veel structuur te voeren”, zegt Wester. Zijn ruwvoer bevat gemiddeld tussen 850 en 890 VEM en 140 gram ruw eiwit per kilo droge stof. “Vorig jaar gebruikte ik nog 90 kilo zuivere stikstof uit kunstmest (zwavelzure ammoniak) per hectare. Dit jaar bouw ik af naar 50 kilo per hectare. Uiteindelijk wil ik stoppen met kunstmest.” Door lagere bemesting groeit het gras wat trager en opener. Dat geeft minder schimmelaantasting. “Met later maaien bevat het gras meer structuur en is het eiwit volledig gevormd, zodat de koe er ook wat mee kan.” Daarnaast krijgen de koeien natuurhooi bijgevoerd. In de zomer bij volledige weidegang vreten ze daar gemiddeld 6 kilo per koe van op. Kringloopdenken Ook nu krijgen de koeien dag en nacht weidegang. Ze lopen achter in het land. Op de voergang ligt het restant van het kuilvoer dat ze ’s ochtends na het melken hebben gevreten. Het voelt goed aan, hoogwaardig, pittig, fris spul Apart daarvan ligt natuurhooi waar de dieren vrij over kunnen beschikken. “Het is de basis in de voeding van de koeien zoals ik die toepas”, zegt Wester. Hij is een gedreven aanhanger van het kringloopdenken dat hij in de loop der jaren op zijn bedrijf heeft geoptimaliseerd. Door de structuur is de passagesnelheid van het voer in de pens laag. Daardoor heeft de koe meer tijd om het goed te benutten. “De koeien moeten veel herkauwen en dat levert veel microbieel eiwit. Dan hoef ik geen soja bij te voeren, want dat eiwit is mijn ‘sojabron’ . Om alle voer goed te benutten moet er wel voldoende energie op pens- en darmniveau zijn.” Wester laat zijn mengvoer daarom mengen met pulpbrok in een verhouding drie op één. Het mengvoer bevat onder meer 30 procent maïsmeel en 10 procent gerst. In totaal voert Wester 1.800 kilo krachtvoer per koe inclusief jongvee. Dat is bij een productie van 9.500 kilo melk per koe erg weinig. “De koeien blijken het prima aan te kunnen, juist door de hoge benutting van het ruwvoer.” Dat de koeien ook gezond zijn blijkt wel uit de gemiddelde leeftijd van zes jaar en het lage vervangingspercentage van 7 in 2009. De mest bevat volgens het jongste monster 3,82 kilo stikstof per ton. Daarvan is 2,4 kilo organisch gebonden stikstof. Het is volgens Wester mooi gerijpte mest. “Ik zie bij andere boeren wel eens schuim op de mest. Dan is de benutting van het voer door de koeien niet goed. Er blijft te veel energie en eiwit achter na de vertering. Dat wordt benut door bacteriën În de mest, dan begint de mest te rotten.” Certificaat Om deel te kunnen nemen aan de proef is Wester gecertificeerd. In het certificaat staan verschillende normen. Zo moeten de deelnemers minder dan 125 kilo stikstof uit kunstmest gebruiken, minimaal 150 dagen weidegang bieden en moet de stikstofbenutting op het bedrijf meer dan 35 procent zijn. “Eigenlijk toon je aan dat je hele bedrijf al emissiearm is en dat de stikstofkringloop zoveel mogelijk gesloten is. Dan kun je gewoon bovengronds uitrijden, maar hoef je naar mijn idee niet meer zoveel geld te stoppen in bijvoorbeeld emissie arm bouwen.” Daarnaast levert de kringloop lagere kosten. Op basis van gemiddelde cijfers liggen de krachtvoerkosten van Wester 1 cent lager. Hij bespaart ongeveer 2 cent per 100 kilo melk op kunstmest. Verder wint hij nog 1 cent met lagere kosten voor het uitrijden van mest en lagere loonwerkkosten voor inkuilen. “Zo dien ik twee belangen: ik hou meer geld over uit de bedrijfsvoering en spaar het milieu door de lage stikstofinput.” Boerderij 95 – no. 38 (22 juni 2010)

Profiel John Wester

Schermafbeelding_2010-11-03_om_20.21.22 Naam: John Wester (40). Woonplaats: Opmeer (NH). Bedrijf: John houdt samen met zijn vrouw Christe! (39) rond 70 zwartbonte melkkoeienen 70 stuks jongvee. De gemiddelde productie van de melkkoeien ligt op 9.593 kilo melk met 4,19 % vet en 3,41 % eiwit. Het bedrijf heeft 70 ha zavelgrond in gebruik. Hiervan is 22,5 ha natuurland, gehuurd van het Noordhollands Landschap in combinatiemet SAN-beheer. Van de overige grond is 4 ha in gebruik voor de teelt van luzerne en 4 ha verhuurd voor tulpen. De rest is grasland. Aanleiding voor reportage: dit voorjaar heeft het ministerie van LNV toestemming verleend voor een praktijkproef met bovengronds mest uitrijden. Wester is een van de 60 veehouders die aan deze praktijk· proef deelnemen.

Ik vind dat met bovengronds mest uitrijden een veel betere verdeling van de mest wordt bereikt. Ook kan hij kleinere mestgiften doseren.John Wester
Het rantsoen van de koeien bevat rond 14 procent eiwit. Veel structuur vertraagt de passagesnelheid van het voer in de pens. Dat leidt tot een betere benutting.
Stro in de box biedt een prima ligbed voor de koeien. Een bijkomend voordeel is dat het de koolstof/stikstofverhouding in de mest ruimer maakt.
Door aan te tonen dat de stikstofkringloop op je bedrijf gesloten is, bewijs je al dat je bedrijf emissiearm werkt.

    Boer spruit